Gelijkgestelde periodes: jaargegevens

2019

Periodiciteit: Jaarlijks

Laatste updates: 14/12/2020

De multifunctionele aangifte beperkt zich niet tot het aangeven van de nodige gegevens voor het berekenen van de verschuldigde sociale bijdragen en verminderingen. Ze wordt ook gebruikt door de instellingen van de sociale zekerheid die belast zijn met het toekennen van rechten binnen de sociale zekerheid en het uitbetalen van vergoedingen.

Sommige periodes van afwezigheid op het werk moeten bezoldigd worden. Zij maken deel uit van de bezoldigde periodes. Andere periodes zijn niet bezoldigd maar worden voor de berekening van sommige sociale voordelen (rustpensioenen, ziekte-uitkeringen, …) gelijkgesteld met gewerkte periodes.

Raadpleeg de afbakening van de gelijkgestelde periodes, ingedeeld in groepen (van A tot Q) in het pdf-document met de gelijkgestelde periodes.

Overzicht

De multifunctionele aangifte beperkt zich niet tot het aangeven van de nodige gegevens voor het berekenen van de verschuldigde sociale bijdragen en verminderingen. Ze wordt ook gebruikt door de instellingen van de sociale zekerheid die belast zijn met het toekennen van rechten binnen de sociale zekerheid en het uitbetalen van vergoedingen.

Waarnemingssfeer

De waarnemingssfeer van deze statistieken omvat de werkgevers die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan de sociale zekerheid voor (bezoldigde) werknemers en dus bij de RSZ de kwartaalaangifte indienen.

Zijn in de waarnemingssfeer niet inbegrepen: de gegevens met betrekking tot de zeelieden van de koopvaardij die bij de Hulp- en Voorzorgkas voor de Zeelieden (HVKZ) aangesloten zijn.

Gelijkgestelde periodes

Het begrip ‘gelijkgesteld’

De arbeidstijdgegevens in de DmfA-aangifte worden, om de continuïteit zoveel mogelijk te garanderen, in vier groepen ingedeeld: vakantieperiodes (voor de arbeiders), bezoldigde periodes, gelijkgestelde periodes en andere periodes.

De vakantieperiodes voor de arbeiders onderworpen aan het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de werknemers van de privé-sector worden niet apart beschouwd in de statistieken, maar wel meegeteld in de berekening van het voltijdsequivalent. Deze worden samen met de bezoldigde arbeidstijdgegevens (bezoldigde periodes) behandeld in statistieken onder ‘Lonen en bezoldigde periodes’.

De gelijkgestelde periodes zijn periodes van afwezigheid die niet bezoldigd zijn, maar die ‘gelijkgesteld’ worden met gewerkte periodes om zekere sociale voordelen die aan de werknemer moeten toegekend worden te bepalen. De reglementering eigen aan deze sociale voordelen bepalen welke periodes in aanmerking komen en hun impact op de berekening van deze voordelen.

Onder de categorie ‘andere’ vallen dié arbeidstijdgegevens waaraan geen loon is verbonden en die ook niet meegeteld (gelijkgesteld) worden voor het vaststellen van de sociale voordelen van de werknemer. Hierover worden geen cijfers gepubliceerd.

Het begrip ‘periode’

Alle arbeidstijdgegevens, dus ook deze die we ‘gelijkgesteld’ noemen, worden op twee manieren aangegeven:

― bij voltijdse tewerkstelling worden ze in volle dagen uitgedrukt, maar in halve dagen afgerond. Anders gezegd: het aantal dagen wordt vermeld tot op een halve dag precies.

― Bij deeltijdse tewerkstelling en voor bepaalde categorieën voltijdse tewerkstellingen wordt naast het aantal dagen ook het aantal uren vermeld.

Het gevolg hiervan is dat de cijfers die in de publicatie verschijnen afgeronde getallen zijn op de eenheden.

Groepering van de codes arbeidstijdgegevens

De tabel met de groepering van de codes arbeidstijdgegevens geeft aan welke arbeidstijdgegevens deel uitmaken van de gelijkgestelde periodes. Deze arbeidstijdgegevens werden gehergroepeerd. De tabel geeft de betekenis van de codes en de hergroeperingen.

Gezien het specifieke karakter van de code 4 (weerverlet eerste dag bouw), waarvoor slechts een deel van het normale loon wordt toegekend, wordt deze slechts voor de helft meegeteld in gelijkgestelde periodes, voor de andere helft wordt ze beschouwd als een bezoldigde periode.

De aangeven gelijkgestelde periodes stemmen overeen met de door de werkgever op de DmfA-aangifte aangegeven periodes. Het gaat niet om de gelijkgestelde periodes als dusdanig erkend door de bevoegde instanties.

Classificatiecriteria

Kenmerken eigen aan de werknemer en zijn arbeidsplaats

Het identificatienummer van de sociale zekerheid laat toe om kenmerken eigen aan de persoon te koppelen aan zijn/haar prestaties.

De opdeling volgens geslacht is gebaseerd op de gegevens van het Rijksregister van de fysieke personen en de aanvullende bestanden van de KSZ (Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid).

Daarnaast is er het onderscheid volgens het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, ambtenaar).

Werkgeverskenmerken

De kenmerken eigen aan de werkgever hebben betrekking op de werkgever als juridische entiteit, zoals gedefinieerd voor de toepassing van de sociale zekerheid.

De geografische indeling naar hoofdzetel van de werkgever gebeurt op basis van het bestuurlijk arrondissement van de voornaamste uitbatingszetel van de onderneming, namelijk deze met de meeste werknemers. Het betreft hier dus niet de sociale zetel van de onderneming. De buitenlandse werkgevers zonder vestiging in België worden opgenomen in de rubriek ‘Buitenlandse werkgevers’.

De economische activiteit betreft de hoofdactiviteit van de werkgever (de activiteit overeenkomstig het grootste omzetcijfer, of bij gebrek hieraan, de activiteit waaraan het grootste aantal werknemers deelneemt). De indeling geschiedt volgens de algemene systematische bedrijfsindeling in de Europese Gemeenschap, de NACE-Bel.

De dimensie van de werkgever hangt af van het totaal aantal arbeidsplaatsen bij de werkgever op het einde van elk kwartaal. De negen gebruikte klassen omvatten de werkgevers met respectievelijk minder dan 5 werknemers, 5 t/m 9 werknemers, 10 t/m 19 werknemers, 20 t/m 49 werknemers, 50 t/m 99 werknemers, 100 t/m 199 werknemers, 200 t/m 499 werknemers, 500 t/m 999 werknemers en 1.000 of meer werknemers in dienst.

Criteria eigen aan de arbeidsbetrekking

De plaats van de vestiging, die de plaats van tewerkstelling van de werknemer bepaalt, is de gemeente (van de vestigingseenheid) waar de werknemer is tewerkgesteld op het einde van het kwartaal (zie ook de inleidende tekst van de brochure ‘Werknemers onderworpen aan de sociale zekerheid naar plaats van tewerkstelling’). Het betreft de locatie zoals door de werkgever vermeld op de kwartaalaangifte.

De indeling naar Sectorgroep gebeurt op basis van het Paritair comité. Hoewel een werkgever in principe onder één enkel paritair comité valt, volgens het principe ‘de bijzaak volgt de hoofdzaak’, en hoewel het Paritair Comité wordt bepaald door de hoofdactiviteit van de werkgever, bestaan er echter belangrijke uitzonderingen (onder meer indien er verschillende paritaire comités bestaan voor arbeiders en bedienden). De vermelding van het paritair comité door de werkgever gebeurt dan ook op het laagste niveau, de arbeidsprestatie. Dit verklaart ook waarom dit kenmerk, in tegenstelling tot de economische activiteit, niet beschouwd wordt als werkgeverskenmerk.


Kies een formaat