Halfjaarlijkse gegevens kleine en middelgrote ondernemingen

Tweede kwartaal 2020

Periodiciteit: Semestrieel

Laatste updates: 10/12/2020

Statistieken over kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) worden altijd met grote aandacht bekeken en komen ruim aan bod in de pers.

Aangezien de RSZ van alle werkgevers uit de privésector gegevens ontvangt, heeft ze vrijwel alle informatie beschikbaar om gegevens over kmo’s te verzamelen en te publiceren. Zelfstandigen zonder personeel, die eigenlijk kmo’s zijn, zijn dus onbekend. Sommigen zijn evenwel ingeschreven bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ).

Om als kmo beschouwd te worden moet een onderneming voldoen aan een aantal criteria op het vlak van tewerkstelling en omzet. Aangezien de RSZ enkel informatie heeft over de tewerkstelling, wordt in deze statistiek dan ook enkel dit criterium gehanteerd voor de afbakening van de doelgroep.

In België beschouwt men over het algemeen een kleine onderneming als een onderneming die minder dan 50 werknemers tewerkstelt. Een middelgrote onderneming is een onderneming met minder dan 250 werknemers. De EU maakt het onderscheid tussen kleine en middelgrote ondernemingen niet, maar legt de grens ook op 250 werknemers.

Sinds 2017 bestaat er een specifieke RSZ-dimensieklasse-indeling voor kmo’s. Daarbij wordt binnen de kleine ondernemingen ook het onderscheid gemaakt met de micro-onderneming (minder dan 10 werknemers). De tijdreeks die tot 2016 bestond, wordt dus niet verdergezet. Om toch nog enige continuïteit te voorzien, wordt de nieuwe reeks hernomen vanaf het tweede kwartaal 2016 (het blijft dus een statistiek die twee keer per jaar gepubliceerd wordt).

Een heel belangrijk criterium in een federaal land als België is de spreiding over de gewesten. De geografische spreiding is gebaseerd op de hoofdzetel van de onderneming (de belangrijkste uitbatingszetel met het meeste personeel). Dit impliceert dat al het personeel van een onderneming aan deze hoofdzetel wordt toegewezen, ook al werkt het niet noodzakelijk op die plaats. Dat kan dus een vertekend beeld geven, maar omdat het over kmo’s gaat, blijft dit eerder beperkt. De gedecentraliseerde statistiek naar plaats van tewerkstelling kan hier niet gebruikt worden, omdat bijvoorbeeld ook lokale afdelingen van grote bedrijven (bijvoorbeeld kantoren van een grootbank bijvoorbeeld) op die manier als kmo zouden beschouwd worden.

In deze statistieken moeten dus met de volgende kanttekeningen gemaakt worden:

  • Zelfstandige ondernemingen zonder personeel zijn niet inbegrepen;
  • Men maakt een indeling tussen:
    • micro-ondernemingen (tot 9 werknemers),
    • kleine ondernemingen (10 tot 49 werknemers),
    • middelgrote ondernemingen (50 tot 249 werknemers);
  • Het betreft een telling van de tewerkstelling op het einde van het kwartaal;
  • De toewijzing aan een gewest reflecteert niet altijd de geografische realiteit qua tewerkstelling;
  • De afbakening van de privésector is deze die de RSZ gewoonlijk gebruikt. 

Onderzoek van de cijfers toont aan dat 99% van de Belgische ondernemingen volgens de Europese afbakening als kmo moet beschouwd worden, wat het criterium weinig pertinent maakt voor het land.

Daarbovenop kan het relatieve lagere aandeel van Brusselse kmo’s ten opzichte van de andere regio’s verklaard worden door de grotere aanwezigheid in deze regio van hoofdzetels van grote ondernemingen.

Ten slotte kunnen de cijfers beïnvloed zijn door gebeurtenissen binnen de ondernemingen (fusies, afsplitsingen, overnames, ontslagen, …). Deze gebeurtenissen kunnen het beeld op de dynamiek van bepaalde categorieën van ondernemingen vertroebelen.