Lonen en bezoldigde periodes

2019

Periodiciteit: Jaarlijks

Laatste updates: 08/12/2020

Deze statistieken geven een overzicht van de lonen en de bezoldigde perioden voor een volledig jaar. Ze zijn opgesteld aan de hand van gegevens over lonen en arbeidstijd van werknemers, zoals vermeld in de DmfA-databank.

Vanaf 2018 worden de tabellen volgens activiteitssector - een eerder administratieve indeling, gebaseerd op de werkgeverscategorieën - niet meer in de brochure zelf opgenomen, maar zijn ze apart consulteerbaar.

Een volledig overzicht van deze werkgeverscategorieën vindt u in bijlagen 27 en 29 van de gestructureerde bijlagen bij DmfA op de portaalsite van de sociale zekerheid.

Waarnemingssfeer

De waarnemingssfeer van de statistieken in deze brochure omvat het geheel van de werkgevers en de werknemers die onderworpen zijn aan de sociale zekerheid voor bezoldigde werknemers. Deze onderwerping berust op het verlenen van prestaties in uitvoering van een arbeidsovereenkomst of prestaties die hiermee overeenkomen (bijvoorbeeld statutaire werknemers bij de overheidsdiensten) .

De waarnemingssfeer van deze publicatie omvat de werknemers die bij de RSZ moeten aangegeven worden.

Statistiekeenheden

Bezoldigde dag

Met ‘bezoldigde dagen’ worden niet enkel de effectief gewerkte dagen bedoeld, maar ook:

  • de niet gepresteerde dagen waarvoor de werkgever verplicht is een bezoldiging te betalen waarop bijdragen moeten berekend worden. Het gaat onder meer om wettelijke feestdagen, dagen kort verzuim, wettelijke en bijkomende vakantiedagen van bedienden;
  • de dagen inhaalrust die geen ‘inhaalrust bouwbedrijf’ zijn.

Het is belangrijk te noteren dat er voor arbeiders een verschil bestaat tussen deze gedefinieerde statistiekeenheid en het in de sociale wetgeving omschreven begrip ‘arbeidsdag’. Dit komt doordat dagen wettelijke jaarlijkse vakantie voor arbeiders in deze statistiek als bezoldigde dagen worden beschouwd indien deze betaald worden door een sectorale vakantiekas of de RJV, wat het geval is voor de volledige privé-sector en voor een gedeelte van de overheidssector en het onderwijs.

Bovendien worden in de statistiek van de bezoldigde dagen het aantal dagen gedekt door bepaalde vergoedingen, toegekend wegens onrechtmatige beëindiging, opgenomen in het kwartaal waarin de dag van de beëindiging van de dienstbetrekking valt, welke ook de grootte van de door de vergoeding gedekte periode is (lopend kwartaal, volgende kwartalen van het lopend jaar, latere jaren).

In de DmfA-aangifte worden de bezoldigde dagen aangegeven als volledige dagen, afgerond op halve dagen.

Bezoldigde uren

Een bezoldigde dag hoeft niet noodzakelijk effectief een volledige dag te omvatten. Bij een deeltijdse betrekking bijvoorbeeld hoeft dit geen volledige dag te zijn.

De werkgever dient bij het aangeven van deeltijds tewerkgestelde werknemers en ermee gelijkgestelden (zoals bijvoorbeeld arbeiders bij tussenpozen) niet alleen het aantal bezoldigde dagen, maar ook het daarmee overeenkomend aantal bezoldigde uren te vermelden. Dit laat toe om in bepaalde gevallen het aantal bezoldigde uren op te nemen, hetgeen de realiteit ten goede komt.

Het aantal bezoldigde dagen geldt dus enkel voor voltijds tewerkgestelde werknemers (ook in het geval deze zowel in dagen en uren worden aangegeven), terwijl het aantal bezoldigde uren geldt voor de deeltijds werkenden en de arbeiders bij tussenpozen.

Bezoldigingen

Het betreft de bezoldigingen waarop, zoals bepaald bij de wettelijke en reglementaire beschikkingen, de bijdragen voor sociale zekerheid worden berekend. Dit met uitzondering van het gewoon vakantiegeld van de arbeiders, indien betaald door een sectorale vakantiekas of door de RJV (wat het geval is voor het geheel van de privé-sector en een gedeelte van de overheidssector en het onderwijs). Het zijn bruto bezoldigingen onverminderd met fiscale lasten.

Het loon bestaat uit verschillende looncomponenten. Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van een aantal van deze componenten, met een aanduiding of ze al dan niet behoren tot het begrip ‘loon’, zoals gedefinieerd bij de RSZ en al dan niet opgenomen zijn in de gegevens die de RSZ publiceert.

Overzicht van looncomponenten:

looncomponentwie is opgenomen?
Bezoldiging voor de gewerkte dagen of urenarbeiders en bedienden
Loon voor de wettelijke feestdagen of betaalde afwezigheidsdagenarbeiders en bedienden
Gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheidarbeiders en bedienden
Enkel vakantiegeldbedienden
Dubbel vakantiegeldniet opgenomen
Contractuele premies en vergoedingenarbeiders en bedienden
Bepaalde verbrekingsvergoedingenarbeiders en bedienden
Syndicale premieniet opgenomen
Vergoedingen toegekend door het Fonds voor bestaanszekerheidarbeiders en bedienden
Vergoedingen toegekend bij sluiting van ondernemingen (door het FSO)arbeiders en bedienden

Evenwel, voor sommige speciale werknemerscategorieën steunt de bij de RSZ aangegeven en in de statistiek voorkomende bezoldiging niet op werkelijk toegekende bezoldigingen of voordelen, maar op een loon dat bij ministerieel of bij koninklijk besluit forfaitair is vastgesteld ter berekening van de socialezekerheidsbijdragen. Dit geldt voor :

  • de bij fooien of bedieningsgeld bezoldigden in het hotelbedrijf en andere bedrijfssectoren (vermakelijkheden, enz.);
  • de werknemers in de zeevisserij;
  • de beroepsrenners en de andere betaalde sportbeoefenaars;
  • de gelegenheidsarbeiders in de tuinbouw, de landbouw en de horeca;
  • de onthaalouders.

In deze publicatie onderscheiden we vier types bezoldigingen. Gemeenschappelijk aan de vier types is dat ze aan socialezekerheidsbijdragen onderhevig zijn. Looncomponenten die vermeld moeten worden op de kwartaalaangifte, maar waarvoor geen socialezekerheidsbijdragen gelden, worden niet opgenomen, tenzij bepaalde uitzonderingen.

  • De gewone bezoldigingen:alle lonen (reëel of forfaitair) die als gewoon loon beschouwd worden en die niet in de andere types opgenomen zijn. Dit omvat:
    • het reguliere loon,
    • bedragen in het kader van de herverdeling van de arbeid,
    • supplementen,
    • het flexiloon en de vergoedingen voor niet te recupereren overuren, wachtloon.
  • De premies: omvat alle bedragen die niet rechtstreeks in verband staan met geleverde prestaties. Is dit wel het geval, dan worden ze meegeteld in de gewone bezoldigingen. Het betreft:
    • eindejaarspremies,
    • geschenken (in natura, in speciën of in de vorm van betaalbons),
    • voordelen uit werknemersparticipaties,
    • anciënniteitspremies,
    • premies gelinkt aan flexijobs, …
  • Verbrekingsvergoedingen: omvatten zowel deze niet uitgedrukt in arbeidstijd als deze uitgedrukt in arbeidstijd. Het gaat hier dus niet om het loon voor de opzeggingsperiode, maar om de vergoedingen die betaald moeten worden bij de verbreking van de arbeidsovereenkomst. Wettelijk gezien gaat het om loon waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. De verbrekingsvergoeding, ook al heeft deze betrekking op periodes volgend op het kwartaal van ontslag, wordt volledig aan het kwartaal van de beëindiging van de arbeidsrelatie toegewezen.
  • Het enkel vertrekvakantiegeld voor de bedienden (met uitzondering van tijdelijke werknemers en uitzendkrachten waarvoor geen bijdragen verschuldigd zijn op het enkel vakantiegeld betaald bij uitdiensttreding ) wordt door de werkgever betaald op het moment dat een einde aan de bestaande arbeidsovereenkomst wordt gemaakt, in de vorm van een bepaald percentage (7,67%) van het brutoloon van het lopende en eventueel van het voorbije jaar, voor alle nog niet opgenomen vakantiedagen voor zowel het lopende als het volgende vakantiejaar. Het is de werkgever bij wie de overeenkomst wordt verbroken die de bijdragen betaalt, maar het is nog steeds de volgende werkgever die de vakantiedagen apart vermeldt op de aangifte.

Dubbel vakantiegeld

Het dubbel vakantiegeld wordt niet beschouwd als loon waarop sociale bijdragen worden berekend. Omdat er toch inhoudingen ten laste van de werknemer zijn op een gedeelte van deze vergoeding, beschikt de RSZ over de bedragen van dit gedeelte dubbel vakantiegeld. Dit zowel van de bedienden (met uitzondering van de ambtenaren) als van de arbeiders die onderworpen zijn aan de wet op de jaarlijkse vakantie van de privé-sector maar die hun dubbel vakantiegeld rechtstreeks door de werkgever uitbetaald krijgen. Ter herinnering: het toepassingsgebied van deze wet omvat bepaalde werkgevers die in de publieke sector vallen.

Op te merken valt dat het gedeelte van het dubbel vakantiegeld dat overeenstemt met het loon vanaf de derde dag van de vierde vakantieweek bij de RSZ niet aangegeven wordt aangezien er geen inhouding op verricht wordt.

Er kan hier geen onderscheid gemaakt worden tussen arbeiders en bedienden.

Wijze van opmaken

De tabellen zijn opgemaakt aan de hand van de loon- en arbeidstijdgegevens zoals die in de DmfA-databank worden opgenomen. De gegevens van de vier kwartalen worden samengeteld.

Het overnemen van deze gegevens gebeurt 7 maanden na het verstrijken van het vierde kwartaal, zodanig dat een maximum aan laattijdige overgemaakte gegevens (o.a. van bepaalde derde betalenden en van het onderwijs) eveneens opgenomen zijn in de opgestelde statistieken.

Het totaal aantal aangegeven bezoldigde dagen is de som van twee tellingen, die van de dagen in de vijfdagenweekregeling en die van de dagen in de andere arbeidsstelsels.

Classificatiecriteria

Werknemerskenmerken

Het gebruik van het identificatienummer van de sociale zekerheid biedt bijkomende mogelijkheden om kenmerken eigen aan de persoon te koppelen aan zijn/haar arbeidsovereenkomst. In deze statistieken worden de kenmerken geslacht en hoofdverblijfplaats van de werknemer gebruikt.

  • De opdeling volgens geslacht is gebaseerd op het rijksregisternummer en stelt geen specifieke problemen.
  • De opdeling volgens hoofdverblijfplaats van de werknemer is gebaseerd op de desbetreffende informatie in het Rijksregister en de aanvullende bestanden bij de Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Het gaat hier om de hoofdverblijfplaats van de werknemer zoals die op het einde van het kwartaal geldig is. In de zone ‘onbekend’ komen onder meer de gegevens met betrekking tot de personen zonder vaste hoofdverblijfplaats in België (grensarbeiders, binnenschippers, ...) en de werknemers voor wie de informatie ontbreekt.
  • De indeling naar sectorgroep gebeurt op basis van het Paritair comité. Hoewel een werkgever in principe onder één enkel paritair comité valt, volgens het principe ‘de bijzaak volgt de hoofdzaak’, en hoewel het Paritair Comité wordt bepaald door de hoofdactiviteit van de werkgever, bestaan er belangrijke uitzonderingen (o.a. indien er verschillende paritaire comités bestaan voor arbeiders en bedienden). De vermelding van het paritair comité door de werkgever gebeurt dan ook op het laagste niveau, de arbeidsprestatie. Dit verklaart ook waarom dit kenmerk, in tegenstelling tot de economische activiteit, niet beschouwd wordt als werkgeverskenmerk.

Privé- en publieke sector

De sector maakt het onderscheid tussen privé-sector enerzijds en de overheidssector anderzijds. Hoofdcriterium voor de indeling vormt de juridische vorm waaronder de juridische entiteit actief is. Een onderneming naar publiek recht wordt daardoor automatisch tot de overheidssector gerekend. Ook de ‘publieke’ functie van de werkgever kan in bepaalde gevallen in overweging genomen worden. Zo zullen de vzw’s die optreden als inrichtende macht in het vrij gesubsidieerd onderwijs (en waarvan het grootste deel van het personeel reeds wordt aangegeven door de departementen Onderwijs van de gemeenschappen) tot de overheidssector gerekend worden. Vanaf het eerste kwartaal 2013 werd de indeling grondig herzien.

Sinds 2017 omvat de publieke sector ook de lokale besturen.

Activiteitstak en -sector

De statistiek van de ‘bezoldigde dagen en uren’, van de ‘bezoldigingen’ en van het ‘dubbel vakantiegeld’ is ingedeeld volgens de economische activiteitstak (de NACE-Belbedrijfsindeling). Indien de werkgever twee of meer verscheidene activiteiten uitoefent, worden de statistische gegevens opgetekend volgens de hoofdactiviteit van die onderneming, in tegenstelling tot de ‘gedecentraliseerde’ statistiek van het aantal werknemers op 30 juni van het beschouwde jaar, die het voorwerp uitmaakt van bepaalde publicaties van de instelling.

De statistiek van de ‘bezoldigde dagen en uren’ en van de ‘bezoldigingen’ wordt – in een apart Excel-bestand - ook ingedeeld volgens de activiteitssector. Dit criterium heeft een uitgesproken administratief karakter: het geeft een overzicht van de verschillende werkgeverscategorieën. Deze verschillende categorieën resulteren gedeeltelijk uit de verschillende bijdragevoeten voor sociale zekerheid, veroorzaakt doordat de onderwerping aan socialezekerheidsstelsels kan verschillen. Bovendien wordt een groot gedeelte van de categorieën bepaald door specifieke bijdragen, waarvan de inning toevertrouwd wordt aan de RSZ, maar die een aanvulling zijn van de eigenlijke socialezekerheidsbijdragen. Deze aanvullende bijdragen steunen meestal de fondsen voor bestaanszekerheid opgericht door de sociale partners in de schoot van de (sub)paritaire comités.

Aard van de bezoldigingen

De bezoldigingen zijn bovendien ingedeeld volgens hun aard: behalve de tabellen met het geheel van de aangegeven bezoldigingen zijn er ook nog afzonderlijke tabellen opgemaakt met de gegevens betreffende de ‘gewone’ bezoldigingen, de premies, de verbrekingsvergoedingen en het enkel vertrekvakantiegeld voor de bedienden.


Kies een formaat