Coronacrisis en arbeidsmarkt

De coronacrisis treft ook de arbeidsmarkt, omdat heel wat ondernemingen geheel of gedeeltelijk moeten sluiten. We zien dit in de cijfers in verband met tijdelijke werkloosheid, de vermindering van het aantal tijdelijke contracten, alsook het verminderd inzetten van uitzendkrachten en studenten op de arbeidsmarkt. We zetten een aantal concrete cijfers in verband met de coronacrisis en de arbeidsmarkt op een rij.

Eerste kwartaal 2021: observaties bij de kwartaalstatistieken

Enkele beschouwingen bij de kwartaalstatistieken over de impact van de coronacrisis op de tewerkstelling in 2021.

Loontrekkende tewerkstelling

De gehele of gedeeltelijke sluiting van sectoren als gevolg van de corona-crisis heeft een grote impact op de tewerkstelling en het sterkst op het arbeidsvolume. Dit werd reeds besproken in de arbeidsmarktanalyse van het 1ste kwartaal 2021. In de brochure “loontrekkende tewerkstelling” kan de impact in meer detail geanalyseerd worden.

Raadpleeg de statistieken over de Loontrekkende tewerkstelling.

Specifieke tewerkstellingstypes

De sluiting van de horeca blijft ook tijdens het voorjaar van 2021 een grote impact hebben op de tewerkstelling en in het bijzonder op de bijzondere tewerkstellingstypes:

  • Ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal in 2019 daalde het aantal gewone werknemers met -15% in het tweede, -12% in het derde en -20% in het vierde kwartaal 2020. In het eerste kwartaal 2021 is de daling -23%.
  • Voor deze gewone werknemers kon in belangrijke mate beroep gedaan worden op tijdelijke werkloosheid. Zo daalde het arbeidsvolume in het tweede kwartaal met liefst -73%, in het derde kwartaal met -24% en in het vierde kwartaal met -57%. In het eerste kwartaal 2021 is de daling opnieuw -72%. Het arbeidsvolume bereikt daarmee opnieuw het dieptepunt van het tweede kwartaal 2020. 
  • Ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal in 2019 daalde het aantal gelegenheidswerknemers (extra’s) in de Horeca (-70% in tweede, -38% in derde kwartaal, -60% in vierde kwartaal 2020, -89% in eerste kwartaal 2021), het aantal flexijobs in de Horeca (-51% in tweede , -19% in derde en -40% in vierde kwartaal 2020, 75% in het eerste kwartaal 2021); het aantal gewerkte uren van deze werknemers daalde in deze vier kwartalen met  -84%, resp. -30%, en -76% en -88% (extra’s) en -73%, resp. -8%, en -65% en -71%(Flexi).
  • Het aantal studenten in de Horeca viel terug met -49% in het tweede kwartaal, -14% in het derde kwartaal, en -33% in het vierde kwartaal 2020 en -70% in het eerste kwartaal 2021, telkens ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal 2019 (cijfers over de studentenarbeid in het algemeen vindt u in de desbetreffende statistiek – zie verder).

De impact van de coronamaatregelen op de bijzondere tewerkstellingstypes in andere sectoren is zeer verschillend:

  • Ten opzichte van de overeenkomstige kwartalen in 2019 was er een behoorlijke groei in de handel. Er waren heel wat meer werknemers in flexijobs actief (+26% in het tweede, +30% in het derde en +24% in het vierde kwartaal 2020) en hun arbeidsvolume nam sterker toe (+35% in het tweede , +51% in het derde en + 37% in het vierde kwartaal 2020). Het eerste kwartaal 2021 telde 21% flexijobs meer dan het overeenkomstige kwartaal van 2020, het arbeidsvolume flexijobs steeg met 50%. 
  • De opmars van het gebruik van flexijobs in de handel wordt nauwelijks afgeremd. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2020 was er in het tweede kwartaal een lichte daling (-10% in aantal jobs, status-quo in arbeidsvolume), maar in het derde kwartaal 2020 is dit opnieuw al een stijging (+6% in jobs, +24% in arbeidsvolume) die zich voortzet in het vierde kwartaal (+24% in jobs, +50% in arbeidsvolume). Van de flexijobs in de handel zijn er veel in de essentiële winkels die geopend bleven en ook de duur van de sluiting van de overige winkels was beperkter dan die van de horeca.
  • Bij de kappersbedrijven en schoonheidszorgen daalde het aantal flexijobs ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 met -10%, het arbeidsvolume zelfs met -55%. In het derde kwartaal was er een behoorlijke stijging ten opzichte van 2019 (+28% in jobs, +41% in arbeidsvolume) maar met de tweede lockdown viel dit opnieuw terug in het vierde kwartaal (-2% in jobs, -51% in arbeidsvolume). In het eerste kwartaal 2021 bleef de tewerkstelling zeer laag (-52% in jobs en -64% in arbeidsvolume t.o.v. eerste kwartaal 2020).

Raadpleeg de statistieken over de specifieke tewerkstellingstypes (horeca e.a.)

Studentenarbeid

De corona-maatregelen, sluiting van sectoren, grotere tewerkstellingsbehoeften in andere sectoren, hebben ook hun invloed op de tewerkstelling van studenten.

  • De jaar-op-jaarvergelijking toont voor het vierde kwartaal 2020 een daling van het aantal studentenjobs met -13% (-43.000). In het tweede kwartaal 2020 was de daling -33% ( -125.000 jobs), in het derde kwartaal was de daling -14% (-79.000), en in het vierde -13% (-43.000). In het eerste kwartaal 2021 bedroeg de daling van het aantal studentenjobs -27% (-86.000)
  • Het totaal aantal gewerkte uren daalde veel minder sterk, zowel in het tweede kwartaal (-25%) als in het derde (-4%) en vierde kwartaal (-5%). Dit geeft aan dat vooral de kleinere studentenjobs er sterker op achteruit gingen. In het vierde kwartaal 2020 werden 0,7 miljoen uren minder aangegeven dan in het overeenstemmende kwartaal van 2019. In het eerste kwartaal 2021 lag het aantal gewerkte uren 12% lager dan in dezelfde periode van het voorgaande jaar.
  • De grootste relatieve daling van het aantal uren in het eerste kwartaal 2021 doet zich voor in “Kunst, Amusement en Recreatie” (-65%) en0 Horeca (-55%).

Raadpleeg de statistieken over de tewerkstelling van studenten

Tewerkstelling met dienstencheques

De sector van de dienstenchequebedrijven werden niet geconfronteerd met een volledige sluiting, maar vooral in de maanden maart en april maar werden heel wat werknemers op non-actief gezet omdat ze niet in veilige omstandigheden hun taken konden uitoefenen. De meeste werknemers konden daarbij gebruik maken van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid.
Het aantal arbeidsplaatsen met dienstencheques gefinancierd blijft in 2020 en het eerste kwartaal 2021 stabiel zowel ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2019 als tegenover het eerste kwartaal 2020. Het arbeidsvolume evenwel daalde fors in het eerste en het tweede kwartaal 2020 (13-% en met -44%) ten opzichte van de overeenkomstige kwartalen in 2019. De volgende kwartalen van 2020 en het eerste van 2021 blijft het arbeidsvolume ongeveer 5% onder het pre-coronaniveau.

Raadpleeg de statistieken over de tewerkstelling met dienstencheques

Gelijkgestelde periodes

De belangrijkste maatregel voor behoud van tewerkstelling in deze coronacrisis is de toepassing van tijdelijke werkloosheid overmacht. Vanaf het tweede kwartaal 2020 wordt deze vorm van tijdelijke werkloosheid specifiek voor overmacht Covid-19 in de RSZ-aangiftes geregistreerd.

Tijdens het tweede kwartaal 2020:

  • Deden 141.248 werkgevers beroep op deze maatregel en dit voor 1,3 miljoen werknemers.
  • Meer dan 32 miljoen dagen (gerekend in 5-dagen-stelsel) gingen verloren. Dit komt overeen met het arbeidsvolume van 426.409 voltijdse werknemers in een volledig kwartaal.
  • Gemiddeld werd voor elke werknemer die in het tweede kwartaal in tijdelijke werkloosheid 25 dagen tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Tijdens het derde kwartaal 2020:

  • Deden 70.554 werkgevers beroep op deze maatregel en dit voor 496 duizend werknemers.
  • Meer dan 7 miljoen dagen (gerekend in 5-dagen-stelsel) gingen verloren. Dit komt overeen met het arbeidsvolume van 93.621 voltijdse werknemers in een volledig kwartaal.
  • Gemiddeld werd voor elke werknemer die in het derde kwartaal in tijdelijke werkloosheid 14,5 dagen tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Tijdens het vierde kwartaal 2020:

  • Deden 100.345 werkgevers beroep op deze maatregel en dit voor 668.624 duizend werknemers.
  • Meer dan 11,3 miljoen dagen (gerekend in 5-dagen-stelsel) gingen verloren. Dit komt overeen met het arbeidsvolume van 142.810 voltijdse werknemers in een volledig kwartaal.
  • Gemiddeld werd voor elke werknemer die in het tweede vierde kwartaal in tijdelijke werkloosheid 17 dagen tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Tijdens het eerste kwartaal 2021:

  • Deden 90.975 werkgevers beroep op deze maatregel en dit voor 616.096 werknemers.
  • Meer dan 11,6 miljoen dagen (gerekend in 5-dagen-stelsel) gingen verloren. Dit komt overeen met het arbeidsvolume van 154.667 voltijdse werknemers in een volledig kwartaal.
  • Gemiddeld werd voor elke werknemer die in het tweede kwartaal in tijdelijke werkloosheid 18,9 dagen tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Tijdens het derde kwartaal 2020 deden dus niet alleen veel minder werkgevers (-50%) beroep op tijdelijke werkloosheid corona, maar ze deden dit ook voor minder werknemers (-62%) en ook het gemiddeld aantal dagen tijdelijke werkloosheid per werknemer daalde sterk (van 25 dagen naar 14,5).

In het vierde kwartaal 2020  kwam er een tweede golf die ook verder liep in het eerste kwartaal 2021, met opnieuw meer tijdelijke werkloosheid. Deze was echter heel wat beperkter dan tijdens de eerste golf, en concentreert zich meer in de door sluiting getroffen sectoren (Handel, Horeca, “Kunst, Amusement en Recreatie” en “overige diensten” (omvat o.a. kapsalons, schoonheidszorgen, sauna’s,…)) die in het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 samen bijna 60% van alle dagen tijdelijke werkloosheid – corona uitmaakten. In het tweede kwartaal (eerste golf) was dit nog minder dan 40%.

Dit en veel meer kan afgeleid worden uit de nieuwste versie van de “kwartaalgegevens over de gelijkgestelde periodes”

Raadpleeg de kwartaalgegevens in verband met de gelijkgestelde perioden